Wie de ‘gazet van de wereld’ leest, zijnde tegenwoordig het internet in al zijn lelijke (social media met bijhorende schermhelden) en al wat meer fraaie (de zogenaamde online ‘kwaliteitskranten’) vormen, heeft het vast al gemerkt: met het bombarderen van een dictatoriaal regime door een ondemocratisch rechts gezelschap ligt links in een ideologische deuk en traint rechts zijn ongewilde lastige spreidstand.
Want, wees nu eens eerlijk, wie weet het eigenlijk wel nog? Ook mijn vrouw, die zich nochtans meermaals per dag kan verheugen op een onderbouwde, analytische mening van het geopolitiek wereldgebeuren, bleef vanochtend op haar honger zitten toen ze me vroeg om haar even te ‘updaten’ over wat er nu hoogstwaarschijnlijk zou gebeuren en hoe we de actuele pirouetten op het toneel van het wereldcircus dezer dagen dan wél zouden moeten interpreteren.
De ideologische splijtzwam over de vraag of we al dit geweld nu eigenlijk zouden moeten goedkeuren, afwijzen, toelaten, tolereren, goedpraten of misschien zelfs al dan niet actief steunen loopt dwars door zowel links als rechts. Linkse vredesduiven veroordelen elk geweld, maar worden algauw, zelfs binnen het eigen links kamp, weggezet als irrelevant aangezien ze hoogstwaarschijnlijk zelfs tijdens de Tweede Wereldoorlog D-day zouden veroordeeld hebben. Rechts juicht dan weer het militarisme toe al verkijken ze zich soms al eens biopisch op welke dictator ze dan weer op welk moment zouden moeten steunen. Het is immers moeilijk kiezen welke nu weer ‘de goeie’ is als dictators tegenwoordig op het wereldtoneel sneller op- en afgaan dan in een draaideurkomedie.

Alle gekheid op een stokje: er zijn wel degelijk enkele pertinent relevante vragen te stellen over de gebeurtenissen in Iran (en Venezuela, en Gaza, en de Noordzee waar een tanker van de Russische schaduwvloot geënterd werd door Belgische militairen). De rode draad doorheen deze en vele andere gebeurtenissen van de laatste maanden: het internationaal recht. En dan rijst meteen de vraag: is dit een schending van datzelfde internationaal recht? Uiteraard. Dat ziet een klein kind. Waarna meteen de vraag volgt: wat is dat internationaal recht dan nog waard de dag van vandaag? Niets. Ook dat weet het kleinste kind.

Als het er echt op aan komt is het internationaal recht, hoezeer doorgewinterde juristen nu op hun achterste poten zullen gaan staan, wel degelijk een vodje papier dat met de meest grote willekeur te pas en te onpas wordt gebruikt maar vooral misbruikt op momenten dat het de grote tenoren op het internationale politieke toneel uitkomt of tegengaat. Niets waard dus. Of dan toch niet op een structureel rechtvaardige manier.
Als we bij wijze van ‘keuze door eliminatie’ het internationaal recht kunnen afvinken, dan blijft er nog maar één domein over waar dit conflict in feite om draait: “it’s the economy, stupid”. Ook dat weet het kleinste kind. En dan blijkt mijn mompelend antwoord aan mijn vrouw vanochtend dan toch niet zo heel ver van de naar gewoonte verwachte onderbouwde analyse te zitten.

De economie, wars van alle ideologische links-rechts tegenstellingen en de al dan iet op groteske moralistische ethische overwegingen, is een veel betere raadgever maar vooral ook, en dat in de eerste plaats, verklarende factor voor al wat goed en misloopt in deze wereld. ‘Of dat niet wat al te simpel is’, hoor ik u vragen. Uiteraard. Maar de simpelste uitleg is meestal de juiste, is mijn beste Ockhamiaanse verdediging.
Wat mogen we dus verwachten? Een stijging van de energieprijzen in het westen. Onrust in het oosten. En nog meer winst voor de magnaten in datzelfde westen. Had ik er al op gewezen dat er ooit een president zijn economisch project zou baseren op de baseline ‘drill, baby, drill’?