Zij
Zij
Mijn hoofd doet pijn
Mijn tanden knarsen
Het gehinnik van de ezels
Doet mijn hoeven barsten
Spoorslag ijlings
Vertrokken richting einder
De lichten doven langzaam
De deining luistert droog
Iedereen trekt weg
Niemand wil hier zijn
Huppelend in de weide
met haar vlechtjes in haar zijde
zijdezachte haren, zwoel en zwavelend
Zwalpt de merrie,
stamelend:
“Waar is degene die me houdt?”